Terwijl sommige imkers hun bijen het hele jaar op één plek houden, verplaatsen anderen ze om de dracht te volgen — naar acacia in het laagland, en dan naar een bergweide of zonnebloem op de vlakte. Reizend imkeren kan de opbrengst flink verhogen omdat je de bloei volgt, maar het vraagt om materiaal, planning en zorg, want een verplaatsing is stressvol en riskant voor het volk. Zo doe je het, stap voor stap.
Waarom bijen verplaatsen
De reden is eenvoudig: ga naar waar de dracht is. Door op het juiste moment naar acacia, linde, zonnebloem of een rijke weide te trekken, krijg je sterkere drachten en een grotere opbrengst dan vanaf één plek. Reizende imkers rijgen vaak meerdere drachten in een seizoen aaneen, en verhuren soms volken voor de bestuiving van boomgaarden en gewassen.
Wat je nodig hebt voor een verplaatsing
Een verplaatsing improviseer je niet. Bereid je van tevoren voor:
- Vervoer — een aanhanger, bestelbus of vrachtwagen, afhankelijk van het aantal kasten
- Bevestigingsmiddelen — spanbanden en klemmen zodat de kasten en ramen tijdens het transport niet verschuiven
- Gaasramen of vliegopeningsluitingen met goede ventilatie
- Bovenventilatie geregeld — oververhitting is de grootste killer tijdens een verplaatsing
- Een van tevoren afgesproken standplaats en, waar vereist, vergunningen en papierwerk
Het volk voorbereiden vóór de rit
Kasten worden gesloten wanneer alle bijen binnen zijn — laat in de avond of vóór zonsopgang. Zet daarvoor de kasten en ramen vast zodat ze niet kunnen bewegen, want een verschoven kast tijdens het transport kan bijen en de koningin verpletteren. Open de bovenventilatie en zorg ervoor dat het volk niet lang gesloten in de hitte blijft. Hoe warmer het is en hoe sterker het volk, hoe meer lucht het nodig heeft.
Het transport zelf
Rijd voorzichtig en, wanneer het kan, 's nachts of tijdens het koelere deel van de dag. Bijen die in een kast opgesloten zitten, produceren veel warmte en stikken gemakkelijk als er geen luchtstroom is — daarom is ventilatie belangrijker dan wat dan ook. Vermijd lange stops in de zon en houd de tijd dat de kasten gesloten zijn tot het absolute minimum beperkt.
Bij aankomst op de nieuwe standplaats
Zet de kasten op de nieuwe plek neer vóór zonsopgang of in de vroege ochtend, plaats ze stabiel en open pas daarna de vliegopeningen. Laat de bijen zich oriënteren — de eerste vluchten op een nieuwe standplaats zijn oriëntatievluchten. Zorg dat er water in de buurt is en laat de volken minstens een dag met rust om tot bedaren te komen voordat je ze inspecteert.
Risico's en hoe je ze vermijdt
Een verplaatsing brengt echte risico's met zich mee waar je je bewust van moet zijn:
- Oververhitting en verstikking — de belangrijkste oorzaak van verliezen; opgelost door goede ventilatie en rijden in de koelte
- Kasten die verschuiven of omvallen — voorkomen door goede spanbanden en bevestiging
- Stress en het verlies van de koningin in het gedrang en geschud
- Roverij en onrust bij aankomst, vooral tijdens een drachtpauze
- Diefstal van kasten, en de kosten van brandstof en tijd op een verre standplaats
Regels en afspraken
Regel vóór een verplaatsing de formaliteiten: een afspraak met de grondeigenaar, een fatsoenlijke afstand tot andere bijenstanden en, waar vereist, registratie en veterinair papierwerk voor het verplaatsen van bijen. De regels verschillen van plaats tot plaats en veranderen, dus controleer de actuele voorschriften bij de bevoegde instantie of vereniging in je land; dit is geen juridisch advies.
Plan je verplaatsingen en volg de dracht
Bij reizend imkeren verlies je gemakkelijk het overzicht — waar elk volk staat, wanneer je het hebt verplaatst en naar welke dracht. De bee-keeper app heeft een Dracht-optie (drachtverplaatsing): voor een bijenstand of een enkele kast leg je de verplaatsing en de locatie vast, zodat je op elk moment weet waar je bijen zijn en hoe elke dracht is verlopen. Zo verplaats je volgend jaar slimmer, op basis van je eigen gegevens.