Roverij is een van de snelste manieren om een zwak volk in één dag te verliezen. Als er geen dracht is, beginnen sterke bijen de voorraden van zwakkere kasten te plunderen — en zodra het op gang komt, verspreidt het zich als een lopend vuurtje over de bijenstand. Het goede nieuws: roverij is bijna altijd te voorkomen, en als je het op tijd ontdekt, is het te stoppen. De sleutel is het kennen van de signalen en het vermijden van de fouten die roverij uitlokken.
Wat roverij is en wanneer het optreedt
Roverij is wanneer bijen uit het ene (meestal sterke) volk een ander (meestal zwak) volk binnendringen en de honing wegdragen. Het is geen spelletje — verdedigers en aanvallers vechten en sterven, en het beroofde volk blijft vaak zonder voedsel achter, en soms zonder koningin.
Het gebeurt het vaakst tijdens een drachtpauze, in de nazomer en het vroege najaar, wanneer er veel bijen zijn maar weinig nectar — warme, droge dagen waarop niets bloeit zijn een klassieke aanleiding. Vaak is de imker zelf de schuldige: gemorste suikersiroop, open voeren, een kast die te lang open blijft, of raat waar honing op is achtergebleven — het lokt allemaal roverij uit.
Hoe je het herkent
Actieve roverij ziet er anders uit dan het normale komen en gaan van bijen. Let op:
- Gevecht bij de vliegplank — bijen klitten samen tot bolletjes en worstelen op de bodemplank, met dode bijen vóór de kast
- Wasdeksels op de bodemplank en vóór de vliegopening — rovers scheuren cellen open, waardoor er wasschilfers onder ophopen
- Een nerveuze, “dronken” vlucht — bijen wiebelen en zigzaggen bij de vliegopening, en bijen die zwaar van de honing zijn vertrekken en zakken scherp naar beneden
- Bijen die kieren aftasten — aanvallers zoemen langs het dak, de naden en de achterkant van de kast in plaats van rechtstreeks naar de vliegopening te gaan
- Glimmende, gladde lijfjes — rovers zien er vaak glad uit omdat ze in het gevecht hun haartjes zijn kwijtgeraakt
Roverij, oriëntatie of wespen
Roverij is gemakkelijk te verwarren met onschuldige taferelen, dus kijk twee keer voordat je reageert. Rond het middaguur op een mooie dag zweven jonge bijen met hun kop naar de kast in zachte bogen om de plek in te prenten — er is geen gevecht en geen dode bijen, het is normaal en het is binnen een uur of twee voorbij. Wespen en hoornaars komen alleen, blijven bij de vliegopening hangen en grijpen losse bijen; ze hebben geen beharing en vliegen anders. Bij roverij zijn het altijd je eigen bijen in grote getale, met gevecht bij de vliegopening.
Hoe je roverij stopt die al aan de gang is
Grijp meteen in — hoe langer het duurt, hoe moeilijker het te doorbreken is en hoe meer andere volken erbij betrokken raken.
- Versmal de vliegopening van het beroofde volk tot een gat van één of twee bijen breed, zodat de verdedigers de linie kunnen vasthouden
- Plaats een roofrooster over de vliegopening — de verdedigers leren de weg naar buiten terwijl de rovers in de war raken bij de verkeerde opening
- Leg een nat laken over de kast, of gras over de vliegopening — een vochtige hindernis jaagt de rovers uiteen terwijl de eigen bijen eromheen werken
- Als de roverij hevig is, sluit de kast dan een paar uur volledig af (met goede ventilatie, in de schaduw) zodat de aanvallers zich verspreiden
- Als laatste redmiddel verplaats je het beroofde volk voor een paar dagen enkele kilometers verderop, zodat de rovers het “verleren”
En altijd: verwijder elke geurbron — sluit voerbakken af en ruim gemorste siroop en blootliggende raat op de hele bijenstand op.
Hoe je het voorkomt
Voorkomen is tien keer makkelijker dan blussen. De regels zijn simpel:
- Houd de vliegopeningen klein bij zwakke volken en veegvolken — een zwak volk kan een brede vliegopening niet verdedigen
- Voer nooit in de open lucht; geef siroop 's avonds, in een gesloten voerbak, zonder te morsen
- Laat geen uitgebouwde raat, dekken of gereedschap met honing eraan op de bijenstand liggen, en houd de inspecties kort tijdens een drachtpauze
- Egaliseer de volksterkte — verenig of versterk zwakke volken voordat ze een gemakkelijke prooi worden, en zorg dat de kasten dicht zijn zonder kieren waardoor rovers naar binnen kunnen glippen
Als je bijhoudt welke volken zwak zijn en wanneer de drachtpauze in jouw regio begint, houdt roverij min of meer op je te verrassen. In de app markeer je een zwak volk en noteer je wanneer de dracht stopte — zo weet je precies wanneer je de vliegopeningen moet versmallen en extra waakzaam moet zijn.