Een volkinspectie is iets wat een imker tientallen keren per jaar herhaalt, en toch doen velen het lukraak — even openmaken, een blik werpen en weer sluiten zonder duidelijk doel. Een goede inspectie is snel, rustig en doelgericht: in een paar minuten kom je te weten of het volk een koningin heeft, genoeg voedsel en genoeg ruimte, en of het gezond is. Deze gids leert je een volk zo te inspecteren dat je zoveel mogelijk te weten komt terwijl je de bijen zo min mogelijk stoort.
Wanneer en hoe vaak inspecteren
Tijdens de ontwikkelings- en zwermperiode (voorjaar en vroege zomer) inspecteer je elke 7 tot 10 dagen, want in die tijd kan er uit een moerdop een nieuwe koningin lopen. Buiten het hoofdseizoen inspecteer je minder vaak. Kies een warme, windstille dag, het liefst rond het middaguur wanneer de meeste haalbijen buiten zijn. Open de kast niet bij regen, kou, harde wind of laat op de avond — je koelt het broed af en irriteert de bijen.
Voorbereiden voordat je opent
Voordat je de kast nadert, steek je de beroker aan en controleer je of hij goed rookt, doe je je bescherming aan en leg je je gereedschap klaar (afsteekbeitel, veeg). Zorg dat je een duidelijk doel voor de inspectie hebt — je controleert niet elke keer alles. Werk rustig en zonder plotselinge bewegingen; bijen voelen nervositeit aan. Ga aan de zijkant of achter de kast staan, nooit vóór de vliegopening, zodat je de vliegroute van de haalbijen niet doorkruist.
Hoe je de kast rustig opent
Blaas een beetje rook bij de vliegopening en wacht een halve minuut, blaas dan een beetje rook onder de dekplank voordat je hem optilt. Rook "vergiftigt" de bijen niet — hij onderbreekt hun alarmsignalen en kalmeert ze. Werk langzaam, til de raten voorzichtig op zodat je geen bijen doodt en, het allerbelangrijkste, de koningin niet beschadigt. Minder rook is beter dan te veel.
Waar je op moet letten
Een goede inspectie beantwoordt een paar kernvragen, in deze volgorde:
- Is er een koningin? Zie je haar niet, zoek dan naar verse eitjes — die betekenen dat de koningin hier in de afgelopen drie dagen is geweest
- Hoe is het broed? Gezond broed is compact, gelijkmatig en netjes verzegeld
- Is er genoeg voedsel? Zoek naar een boog van honing en stuifmeel rond het broed
- Is er ruimte voor de koningin en voor binnenkomende nectar, of zit het nest te vol?
- Zijn er moerdoppen (een teken van zwermen) of ziektesymptomen?
- Hoe sterk is het volk, en wat is zijn temperament?
Hoe je een raat "leest"
De broedraat vertelt je het meest. Eitjes staan rechtop op de bodem van de cel en betekenen dat de koningin actief aan de leg is. Rond het broed loopt een boog van verzegelde honing en bontgekleurd stuifmeel (bijenbrood). Een compact broednest zonder gaten is het teken van een goede, jonge koningin; een hiaatvol, verspreid patroon met veel bolstaande darrencellen kan wijzen op een oude of falende koningin. Leer eitjes herkennen — het is een vaardigheid die je veel giswerk bespaart.
Signalen dat er iets mis is
Let tijdens de inspectie op waarschuwingssignalen:
- Wekenlang geen eitjes of broed — het volk is mogelijk moerloos
- Alleen bolstaand darrenbroed verspreid over de raat — een darrenbroedige of falende koningin
- Veel verzegelde moerdoppen langs de onderrand van de raten — het volk bereidt zich voor om te zwermen
- Doorboorde, ingezonken broedzegels, een vieze geur of "mummies" — mogelijke broedziekte
- Erg weinig voedsel — het volk loopt kans op verhongering, vooral tijdens een drachtloze periode
Sluit netjes af en leg het altijd vast
Zet de raten in dezelfde volgorde en positie terug, laat de dekplank voorzichtig zakken zodat je geen bijen doodt, en sluit de kast. Noteer wat je hebt gezien meteen na de inspectie — het geheugen laat je in de steek en inspecties stapelen zich op. In de bee-keeper-app houd je voor elke kast een inspectielogboek bij: de toestand van de koningin en het broed, het voedsel, moerdoppen en eventuele maatregelen. Zo zie je door het seizoen heen duidelijk hoe elk volk ervoor staat en ontgaat je niets.