Vroeg of laat wil elke imker meer volken — om wintersterfte op te vangen, de bijenstand te versterken of afleggers te maken om te verkopen. De slimste manier is om dat bewust te doen, met een kunstzwerm, in plaats van te wachten tot een volk gaat zwermen en je de helft van je bijen over de heg kwijtraakt. In deze gids lees je hoe je van één sterk volk nieuwe volken maakt en hoe bijen een koningin opkweken.
Waarom kunstzwermen maken
Een kunstzwerm (een aflegger of veger) is een volk dat je zelf en onder controle maakt. De redenen zijn duidelijk: je voorkomt natuurlijk zwermen en het verlies van bijen, je vergroot je aantal volken, je vangt verliezen op, je houdt een reserve met een jonge koningin aan en je kunt koninginnen en afleggers telen of verkopen. Het is een van de nuttigste klussen in de imkerij.
Wanneer is het juiste moment
Je maakt een aflegger wanneer de natuur er klaar voor is: als je een sterk volk hebt met veel broed en bijen, als er darren in het volk en in de omgeving zijn (de koningin moet immers paren) en als het warm is met een dracht. In onze streek is dat meestal van halverwege de lente tot begin zomer. Maak geen aflegger van een zwak volk — van twee zwakke krijg je twee problemen.
De eenvoudigste manier: een aflegger (veger)
De makkelijkste manier voor een beginner is een aflegger. Uit een sterk volk neem je 2 à 3 ramen met broed, bijen en voer (met eitjes en jonge larven als je de bijen hun eigen koningin laat opkweken), zet ze in een kleinere kast of afleggerkastje, voeg een raam voer toe en sluit het af. Om te voorkomen dat de vliegbijen terugvliegen naar het moedervolk, verplaats je de aflegger minstens een paar kilometer verderop, of vernauw en sluit je het vlieggat een dag of twee.
Hoe bijen hun eigen koningin opkweken
Als de aflegger heel jonge larven bevat (jonger dan drie dagen), kiezen de bijen er een paar uit en kweken daar koninginnen uit op — dit zijn redcellen. Van eitje tot uitgelopen koningin duurt ongeveer 16 dagen, en daarna heeft ze nog een paar dagen nodig om te paren en aan de leg te gaan. Geduld is de sleutel: open de aflegger niet te veel voordat ze gepaard is. Zodra ze legt, merk je haar met de jaarkleur.
Een kant-en-klare koningin of een koninginnencel toevoegen
Je hebt drie manieren om de aflegger een koningin te geven. Je kunt de bijen er zelf een laten opkweken (goedkoopst, maar trager en de genetica is onbekend), een rijpe koninginnencel uit een gekozen volk toevoegen, of een gepaarde koningin kopen (het snelst, en je kent de herkomst). Een gekochte koningin voer je in met een invoerkooitje, geleidelijk, zodat de bijen haar aannemen in plaats van doden — laat een koningin nooit zomaar los in een ander volk lopen.
Koninginnenteelt voor de gevorderde imker
Wie veel goede koninginnen wil, stapt over op echte koninginnenteelt: je kiest het beste volk (rustig, productief, gezond) als bron van larven, je overlarft heel jonge larven in kunstmatige koninginnendopjes, geeft ze aan een sterk moerloos pleegvolk om op te kweken en laat ze paren in kleine bevruchtingskastjes. Het vraagt techniek en oefening, maar het levert je koninginnen naar eigen maatstaf en van bekende herkomst op.
Fouten om te vermijden
De meest voorkomende fouten bij het maken van afleggers zijn:
- Een aflegger maken van een te zwak volk, of hem te weinig bijen geven
- Geen eitjes of jonge larven in de aflegger, zodat de bijen geen koningin kunnen opkweken
- Te vroeg aflegger maken, in de kou, zodat het broed en de koningin verkleumen
- Te weinig voer meegeven, zodat de aflegger verhongert
- Een zwakke aflegger wordt een doelwit voor roverij door sterkere volken
Noteer de herkomst en leeftijd van elke koningin
Als je nieuwe volken maakt, raak je makkelijk het overzicht kwijt over wie van wie afstamt en hoe oud elke koningin is. In de bee-keeper-app noteer je voor elke kast de koningin, het jaar en de herkomst, zodat je altijd weet welk volk toe is aan een nieuwe koningin en welke van je lijnen het beste zijn. Dat is de basis van serieuze, geplande imkerij.